Interview op Boekenbijlage

Uit wat voor gezin kom je? Werd er veel gelezen?

Mijn moeder las vroeger zelf heel veel en ze hield ook van voorlezen. Mijn zus genoot daarvan, maar ik moest daar niets van hebben. Zodra mijn moeder begon voor te lezen, ging mijn zus er goed voor zitten, maar ik begon er doorheen te zingen. In het ergste geval liep ik zelfs weg! Als mijn moeder een boekhandel binnenliep, slenterde ik er jammerend achteraan en vroeg ik tig keer wanneer we eindelijk verder gingen. Vandaag de dag is mijn moeder nog steeds een veellezer, mijn vader een vakantielezer en mijn zus is vooral een boekenverzamelaar. Haar boeken staan ingedeeld op kleur: een waar kunstwerkje.

Wie waren je favoriete schrijvers in je jeugd? En je favoriete boeken?

Als kind was lezen dus niet aan mij besteed. Op de middelbare school moest ik echter boeken lezen voor de (verplichte) leeslijst. Vaak koos ik dan de dunste boekjes. Toen ik alle dunne boekjes had gelezen, koos ik een boek van de leeslijst dat mijn moeder in de kast had staan: Het verrotte leven van Floortje Bloem van Yvonne Keuls. Dat boek maakte iets bij mij los. Vervolgens koos ik Blauwe plekken van Anke de Vries. Wederom een indrukwekkend boek. Ik wil niet zeggen dat ik vanaf dat moment om was, maar het lezen kon me wel iets meer bekoren.

Wilde je als kind al schrijver worden of had je heel andere plannen?

Als kind heb ik nooit schrijver willen worden. Wel was ik altijd geïnteresseerd in creatieve beroepen. Ook iets met dieren leek me leuk, maar het is allemaal heel anders gelopen. Na een horecaopleiding belandde ik in het secretariële vak en vervolgens kwam ik terecht in de makelaardij. Naast mijn werk als auteur, werk ik parttime als medewerker binnendienst bij een bedrijfsmakelaar.

Herinner je je nog je eerste verhaaltje of gedichtje?

Mijn eerste gedichtje ging over mijn lievelingspony Annetje en die verscheen in de Penny (een kindertijdschrift over en voor paardenliefhebbers). Ik was verknocht aan dat tijdschrift, dus ik was zo trots als een pauw dat mijn gedichtje erin stond. Voor mijn lievelingsdieren schreef ik vroeger vaker gedichtjes, vaak met een tekeningetje erbij, waar mijn ouders altijd smakelijk om konden lachen.

Heb je een schrijfcursus gevolgd?

Omdat ik geen journalistieke of communicatieve opleiding heb genoten, leek het mij zinvol om een schrijfcursus te volgen. Via het NTI volgde ik de cursus ‘Korte verhalen en romans schrijven’. In de praktijk schrijf ik echter liever een verhaal dat ik zelf graag zou willen lezen, dan een verhaal dat voldoet aan ‘de regels’. Maar met die cursus heb ik van alle genres kunnen proeven, en dat was erg leuk.

Heeft het schrijven van recensies je geïnspireerd om zelf te gaan schrijven?

Ja. Veel lezen is erg leerzaam. Daarbij heeft het mijn horizon verbreed. Ik kreeg boeken toegestuurd die ik zelf nooit uitgekozen zou hebben. Toch is het goed om juist die boeken eens te lezen. Daardoor wist ik precies hoe ik het zelf niet zou doen. Het is niet zo dat ik op een gegeven moment dacht: ‘Dit kan ik ook’. Ik dacht: ‘Dit wil ik ook’. Iedereen kan namelijk een boek schrijven. Zolang je maar in jezelf blijft geloven en niet opgeeft.

Vond je gemakkelijk een uitgever?

Ik stuurde mijn debuut Gebroken naar een tiental uitgevers. Ruim de helft reageerde positief. De reden dat ik voor Clavis koos heeft alles te maken met het feit dat zij zeer snel handelden, terwijl ik bij de anderen juist ontzettend lang moest wachten en overal zelf achteraan moest.

Waarom thrillers?

Ik lees zelf het liefst thrillers, dus het is voor mij vanzelfsprekend om in dat genre te schrijven. De spanningsbogen houden mij geboeid. Ook vind ik het leuk om in gedachte al te bedenken wie de dader is. Lekker puzzelen tijdens het lezen, ik houd ervan.

Blijf je jeugdthrillers schrijven of mogen we in de toekomst nog andere genres verwachten?

Voorlopig blijf ik nog jeugdthrillers schrijven, want ik vind dat veel te leuk! Maar te zijner tijd wil ik zeker een thriller voor volwassenen gaan schrijven. Een kinderboek schrijven (en zelf tekenen) lijkt me ook heel erg leuk.

Vind je je boeken echte meidenboeken of juist niet?

Mijn boeken worden (ook) veel gelezen door volwassenen, dus meidenboeken zijn het zeker niet. Het zijn wel voornamelijk meiden en vrouwen die kiezen voor mijn boeken. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het feit dat al mijn hoofdpersonages meiden zijn. Maar mijn volgende boek is geschreven vanuit een jongen, dus ik vermoed dat de jongens dan ook kennis moeten gaan maken mijn boeken!

Je hebt een duidelijke voorkeur voor schrijven vanuit de eerste persoon, waarom?

Schrijven vanuit de eerste persoon gaat als vanzelf, dus dat werkt gewoon het prettigst. Daarbij vind ik gebeurtenissen dan dichterbij komen; alsof je het als lezer zelf ervaart. Ook lijkt de sfeer bij bepaalde enge situaties beklemmender te worden. Mijn korte verhalen zijn daarentegen vaak vanuit de derde persoon verteld.

Welke eigenschappen dient een hoofdpersonage te hebben om daadwerkelijk een gezicht te krijgen?

Dat zit hem wat mij betreft niet zozeer in eigenschappen. De denkwijze van de hoofdpersoon is belangrijk. Een hoofdpersonage krijgt een gezicht door hem of haar zo te vormen dat de lezer sympathie voor hem of haar krijgt. De lezer hoeft niet achter alle keuzes van de hoofdpersoon te staan, het is juist leuk om te verrassen. Ik ben dan ook niet van mening dat de lezer zich moet kunnen identificeren met de hoofdpersoon (dat hoor je vaak). Ik lees vaak zat goede boeken met hoofdpersonages die mijlenver van mij af staan.

Hoe ben je op het idee gekomen voor Gevarenzone?

Gevarenzone speelt zich af in een huis dat ik zag staan in het buitengebied in mijn eigen dorp (gelegen naast een kringloopwinkel). Op papier maak ik het huis wel wat enger en de omgeving grimmiger. Enfin, terwijl ik langs dat huis fietste, zag ik al voor me hoe mijn hoofdpersonage Pip daarbinnen een ouijabord zou gaan gebruiken met haar vrienden. Zo ontstond het idee voor Gevarenzone.

Pip heeft regelmatig verschrikkelijke dromen en dit wordt heel intens beschreven. Heb jij zelf weleens te kampen gehad met zulke beangstigende dromen?

Soms schrik ik wakker omdat ik achtervolgd word door een moordenaar en soms schrik ik wakker omdat ik denk dat er een schildpad op mijn kussen ligt. De eerste droom is redelijk beangstigend, maar mijn eigen dromen staan verder los van die van Pip. Pip heeft iets traumatisch meegemaakt en ik vermoed dat je in een dergelijk geval te kampen krijgt met vreselijke nachtmerries. Vandaar de keuze dat toe te passen bij Pip. Het maakt haar menselijker en dus realistischer. Een nachtmerrie op papier zetten vind ik heerlijk. Het is een droom, dus alles kan en mag. Soms word ik er zelf een beetje bang van.

Vragen: Wendy Wenning en Pieter Feller

Bekijk het interview hier op Boekenbijlage.